Dit jaar ben ik 25 jaar aan de slag als arbeids- en organisatiepsycholoog. De voorbije vijf jaar voor het eerst meer als intern dan als extern consultant. Dat leverde heel wat interessante inzichten op over het verschil tussen intern en extern meewerken aan organisatieverandering. Maar wat is nu eigenlijk de beste plaats om aan transitie te doen: binnen de organisatie of als externe consultant? Of ligt de waarheid toch meer genuanceerd en is de ideale plaats de zogenaamde boundary role? Nee, het antwoord is hybride, liefst in 2 personen verenigd.

 

Van klant naar geen baas

Na al die jaren als zelfstandige liet ik me in 2014 verleiden om 2 jaar in dienst te gaan bij de Vlaamse Overheid. In dienst? Jawel, na 20 jaar had ik plots een baas. Gelukkig was de secretaris-generaal van het Departement Kanselarij en Bestuur Martin Ruebens meteen bereid om uit het concept baas-medewerker te stappen. In deze periode kon ik ervaren hoe anders het is om in een organisatie met organisatieverandering bezig te zijn dan van buiten af, het was mede daarom een enorm leerrijke periode. Mijn wens werd waarheid en in plaats van als consultant elke dag bij één of meerdere klanten aan de slag te zijn, mocht ik bij de Vlaamse Overheid 2 jaar als externe, 2 jaar als interne werken aan een nieuwe netwerk-teal-organisatie. Nadien deed ik dat nog eens over bij Stedelijk onderwijs Antwerpen en bouwden we een waardengedreven netwerkorganisatie.

 

Mijn interne Antwerpse collega organisatiecoach Annemie omschreef mijn bijdrage als volgt: een klassiek consultant komt onze organisatie binnen met een bepaald model en probeert dat te implementeren. Wat jij ons brengt is iets anders: jij kijkt naar de organisatie, brengt een andere bril. En een heel arsenaal aan inspirerende en praktische interventies. Ik vergelijk onze organisatie graag met een donzen dekbed, gevuld met pluimpjes. Jij vertrekt van ons dekbed, en schudt dat op door jouw interventies. En als het vertrouwen groot genoeg is dan begin je de overtrek te vervangen. Voor mij zijn dat structuur en cultuur interventies, zonder dat je het DNA van onze organisatie wijzigt. En wat jouw bijdrage uniek maakt is dat je mee in de organisatie stapt als collega en intern organisatieadviseur. Dat maakt dat je zelf een pluimpje wordt, en veel doorleefder dan een consultant mee in staat voor de geleidelijke verandering van onze en jouw organisatie.

 

Intern zie je de volledige olifant

Intern aan de slag zijn bij een organisatie heeft heel wat voordelen. Het  grootste voordeel is dat je toegang krijgt tot het volledige arsenaal aan aspecten die in een organisatie spelen, in plaats van enkel de HR- en organisatie-issues. Het gaf me een veel breder en algemener perspectief waarin alle aspecten van het interne en externe organiseren aan bod komen. Dat is een groot verschil met het werk als consultant waar je meestal op projectbasis deelaspecten te zien krijgt en binnen een afgebakende tijd wordt verwacht om enkele zaken, of enkele interventies, op te leveren. Werken op projectbasis vergt meestal ook een grote administratie vooraf: offertes, prijsvergelijking, marktaanbod, … om dan eventueel gekozen te worden. Intern werken levert daarbij nog een enorm voordeel op: je kan wel 90% van je tijd echt met het werk zelf aan de slag zijn, en niet met de randvoorwaarden.

 

Je hoort erbij

Als ik terugblik op deze periode van interne tewerkstelling dan heb ik me bij momenten echt collega gevoeld van de Vlaamse Overheid en Stedelijk onderwijs Antwerpen. Het is een fijn gevoel om ergens bij te horen. Als consultant hoor je er nooit helemaal bij. Misschien wel bij je eigen organisatie, maar niet bij de klant-organisatie. Hoe langer het interne werk duurde, hoe veiliger ik me wel begon te voelen in de organisatie. Met spijt in het hart zag ik dan ook het einde van de twee jaar aankomen. De periode dat ik intern aan de slag was veranderde ook mijn ingesteldheid in het werk. Ik werd ook voorzichter: in de feedback die ik gaf, in de relaties, op de inhoud … . Tegelijk werd ik ook minder intens: het tempo daalde zelfs wat. Ik kon gerust nog een paar weken wachten voor er iets opgeleverd moest worden. Dus toch ook wat nadelen om intern ingebed te raken. Dat is toch iets heel anders dan het werken als extern consultant of adviseur met de voortdurende korte termijn evaluatie en exit op de radar.

 

Grensrol met tandem

Uit dit alles heb ik geleerd dat het nodig is om bij transitie of een stevige organisatieverandering op de grens te kunnen bewegen en de sterktes van de twee verschillende posities te kunnen combineren: In alle vrijheid werken en tegelijk met alle toegang tot wat er leeft en gebeurt in de organisatie . Men noemt dat ook wel eens de boundary role. Enerzijds biedt dit de sterkte van de externe blik waarbij je vrij en ongebonden bent. Dit geeft dagelijks de kans om te beslissen om te stoppen wanneer de opdracht niet meer klopt met je waarden of zodra je voelt dat de toegelaten interventies niet meer kloppen. Anderzijds heb je de sterkte van een intense connectie met de organisatie en toegang tot alle mensen en alle resources, bij voorkeur via een doorwinterde interne collega organisatieadviseur of manager. Dank zijn het brede perspectief en de brede geschiedenis die zij in de organisatie hebben, bieden zij een zeer waardevolle blik op alles wat binnen de organisatie leeft.

Hierin schuilt de ideale, hybride combinatie. Ik ben dankbaar dat ik die interne wegwijzer en sparring partner in Brussel en Antwerpen gevonden heb.

 

Vertrouwensvolle opdrachtgever

Tot slot is een laatste voorwaarde om zinvol aan een transitie te werken een diepe vertrouwensrelatie met de opdrachtgever noodzakelijk. Bereid tot persoonlijke groei en reflectie, ook op het parallel proces dat zich bij transitie steeds afspeelt in de samenwerkingsrelatie, als spiegel voor het grotere geheel van de organisatie.

 

Hybride

Na 25 jaar ervaring, zowel als extern als intern consultant, is de conclusie voor mij dat de ideale positie voor transitie in organisaties niet helemaal intern, noch helemaal extern is, maar net de boundary role is die de beide combineert. Net vanuit deze grenspositie kan je de verandering binnen de organisatie goed overzien en heb je toegang tot alles wat er leeft zonder daarbij je onafhankelijk en onbevooroordeelde blik kwijt te spelen.

 

Onder 2 voorwaarden: in tridem met een interne en doorwinterde organisatieadviseur, die het DNA kent van de organisatie én een vertrouwensvolle eindbeslisser.